Samen op de topZaterdag 16 t/m 30 juli 2011 - Fietsen in de Provence door Christy

Vrijdag de 15e juli vertrokken we al richting het verre zuiden met als tussenstop Jouy aux Arches, net onder Metz. Daar verbleven we een nachtje alvorens verder te reizen. De volgende dag reden we vol enthousiasme verder maar vanaf Lyon begon het; 1 km rijden, 20 minuten stilstaan. De vermoeidheid begon ons parten te spelen en we werden beiden wat kribbig. Het besluit om de snelweg af te gaan en de laatste 100 km binnendoor te rijden was een goed besluit. De omgeving binnendoor was prachtig. We reden dwars door de Drome via de mooiste weggetjes. Aangekomen in Roaix, na bijna 10 uur vanaf Metz, reden we de auto direct naar huisje 7 waar we in 2009 ook gewoond hadden. Een heerlijke plek: Residence Les Belles Heures. Een rustige en prima uitvalsbasis voor mooie fietstochten door de Provence.

Zondag 17 juli 2011 
De volgende ochtend werden we wakker door hevige wind en regen. Pardon? Dat was niet de afspraak! We zijn niet naar het zuiden gereden om vanuit het raam naar een donker grijze lucht te kijken waar veel water uitvalt! Het zag er ook niet naar uit dat het droog zou worden en dat werd het dan ook niet. Laat ik daar nu net even niet tegen kunnen. Het gevolg: ik was niet te genieten. Kijk je uit naar de eerste fietsdag in de Provence (thuis had ik al de voorpret gehad met het uitzetten van mooie routes…) in de zon en dan kun je niet eens naar buiten! We zijn de dag door gekomen met slapen en de Tour de France op tv kijken.


Maandag 18 juli 2011
Gelukkig zag het er maandagochtend rooskleuriger uit. We waren nog steeds allebei wat bokkig door de afgelopen twee dagen (lange reis, file, moe, regen etc.) maar het zonnetje scheen en de lucht zag mooi blauw. Ik had een route uitgezet met een lusje oost / zuid oost en zo richting Malaucene om daar de Mont Ventoux te beklimmen, vervolgens via Sault af te dalen en langs Bédoin weer terug naar Roaix te rijden… ware het niet dat we tijdens de eerste lus al enigszins verkeerd reden en ineens weer terug waren bij Roaix. Otto gaf me al aan dat ie op de top van de berg zou beslissen of ie a) de kortste weg terug zou afdalen via Bédoin of zoals gepland b) de afdaling via Sault… toen wist ik eigenlijk al genoeg… als een route die ik uitgezet heb aangepast wordt, wordt ie altijd korter. Dus ik baalde daar weer een beetje van maar goed we zouden wel zien.

De beklimming begon behoorlijk pittig en ik wilde schakelen naar mijn kleinste tandwiel achter… werkte niet! Nog eens proberen… werkte niet. Aaaargh! Toen was ik echt over de zeik. Ik riep naar Otto, die een eindje voor me reed (bewust misschien om mijn gemekker niet te moeten horen), en hij deed een poging om mijn achterderailleur goed af te stellen. We zijn tot 4 keer toe gestopt zonder gewenst resultaat. Goed. Dan maar op de 23. Ik zou dit maar zien als een soort van krachttraining. De beklimming aan de Malaucene kant biedt prachtige vergezichten en bij helder weer kun je zelfs de Alpen zien!

Uitzicht vanaf de beklimming van de Mont Ventoux - Malaucene kant

Een jongen op een mooie Cannondale die we eerder voorbij waren gegaan, haalde mij in en zei: “Zwaar he!” Ik beaamde dat. We fietsten samen op en het leek een stukje makkelijker te gaan. Als je wat te kletsen hebt, rollen de kilometers wel wat sneller onder het wiel door. Een eindje verderop wachtte de broer van de jongen. Met z’n drietjes fietsten we naar de top. In de laatste 2 – 3 km moest ik passen maar gelukkig kon ik redelijk in de buurt blijven. Otto was inmiddels al op de top geweest en kwam mij weer tegemoet rijden en samen reden we naar de 1.912 meter hoge Mont Ventoux.

Boven volgde een high five met beide jongens. Leuk! We zeiden elkaar gedag en doken snel de afdaling in. JEMIG, wat was het koud. Mijn fiets wiebelde alle kanten op omdat ik zo zat te shaken van de kou. Pas toen we in het bos kwamen richting Bédoin (we hadden de kortste weg naar het huisje genomen…) werd het warmer. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet rauwig was vanwege het feit dat we richting Bédoin gingen en niet naar Sault (en daarmee 32 km minder moesten rijden). De beklimming had veel van mijn benen geëist en via Bédoin zouden we toch ook de nodige kilometers hebben.

Is de beklimming via Bédoin al de mooiste van alle drie de kanten, de afdaling mag er ook wezen! Prachtig! Geen snelle afdaling maar wel een hele mooie. In het plaatsje zelf stopten we kort bij een terrasje om de bidons weer te vullen want sinds 3 km VOOR de top had ik geen drinken meer. Vanaf het terras ging Otto op kop in een lekker tempo terug naar Vaison la Romaine en vervolgens Roaix. Na 110,4 km en 2.110 hm waren we weer terug bij het huisje. Dik 5 uur op de fiets. Eigenlijk wel genoeg voor zo’n eerste dag in de bergen… zeker met zo’n zware beklimming er in. We hopen dat het de komende dagen droog blijft zodat we nog de nodige kilometers kunnen maken!  


Dinsdag 19 juli 2011

We raakten vandaag enigszins onzeker over onze doorreis naar Argeles Gazost in de Pyreneeen. De weersverwachting daar voor komende week was zo ontzettend slecht, regen, regen en nog eens regen. We komen om te trainen voor Duchenne Heroes en als je dan een week in de hotelkamer moet zitten… Helaas vernamen we dat het prachtige Les Belles Heures vol zat dus we zochten verder naar een eventueel onderkomen om een week langer hier in de Provence te blijven want de verwachtingen hier voor komende week zijn veelbelovend. We spraken af dat we het nog even aan zouden kijken.

Vandaag was het Tour de France tijd! Het peloton zou op zo’n 5 km van ons vandaan passeren. Dat wisten we pas sinds onze aankomst hier in Roaix. Wel erg leuk. We waren niet de enigen die op het idee gekomen waren om te gaan kijken… wat een mensen! Toen de helikopters naderden wisten we dat de renners niet lang meer op zich zouden laten wachten. En ja hoor! Iets na half 2 kwamen ze eraan. Het duurde 13 seconden en toen waren ze voorbij. Natuurlijk duurde het met de auto’s en zo tot de laatste wagen wel wat langer. Toch mooi om te zien!

Terug in het huisje kleedden we ons om en besloten we een korter rondje te maken richting Malaucene. Van daar uit naar Bédoin en via allemaal kruip door, sluip door weggetjes weer terug naar Roaix. 65,9 km en 585 hm was het gevolg van deze rit. Lekker!

Otto plat in een afdaling


Woensdag 20 juli 2011 
We wilden vandaag via Bédoin naar de top van de Mont Ventoux maar hij lag geheel gehuld in de wolken en aangezien het dan wel heel erg koud is… (8 graden hoorden we van onze buren) maakte Otto een route met kleine wegen van zo’n 110 km. We hadden geen idee van de hoogteverschillen dus het was een grote verrassing toen we vanuit Roaix direct begonnen te klimmen richting Rasteau. Het was geweldig! We genoten! Dit was zo prachtig! Veel weggetjes die we gekozen hadden in BaseMap waren ook wel echte lek-rijd-weggetjes maar dat mocht de pret niet drukken.

Na de eerste beklimming vlakte de route af en was het alleen nog maar wat glooiend werk. Tot een km of 45 voor het eind… daar begon het weer stevig op en af te gaan met zelfs een a-ritmische beklimming van in totaal 10 km! Een pittig ding.

Christy komt boven na een steil stukkie

In het plaatsje Vinsobre hielden we een korte pauze. Helaas hadden ze geen Croque Monsieur, ook geen sandwich en ook geen stokbrood met iets van ham en kaas… maar wel Cola. Veel Cola. We tankten stevig bij alvorens het laatste stuk te rijden.

Met 113,3 km en 1.165 hm waren we weer terug. We besloten even de voorspellingen voor de komende week te bekijken en ontdekten dat we in de Pyreneeen in elk geval 3 van de 6 dagen niet zouden kunnen fietsen vanwege het slechte weer. Hier in Roaix verwacht met 27-28 graden met zon… We willen best fietsen met een beetje regen, klimmen geen probleem maar afdalen in het hooggebergte… dat is een te groot risico. We hebben ook een beetje hoop gekregen dat als we besluiten in de Provence te blijven dat we toch in Les Belles Heures kunnen blijven omdat er waarschijnlijk een huisje geannuleerd is. Het is wel even zuur want de Pyreneeen zijn al betaald en dat krijgen we uiteraard niet terug en dan nog eens de extra kosten van het huisje hier… maar daarvoor hebben we wel mooi weer en kunnen we wel doen waarvoor we zo’n eind gereden hebben: trainen voor Duchenne Heroes!  


Donderdag 21 juli 2011
Vandaag hebben we onze beslissing bevestigd en verhuizen we aanstaande zaterdag 20 meter verderop naar huisje 5 van Les Belles Heures. Dit huisje is “de villa”… 180 m2 woonoppervlakte en een privétuin van 1.000 m2. Dat wordt dus genieten geblazen.

Omdat we de fietsritten afwisselen met lang – kort – lang – kort was het vandaag weer de tijd voor een korte rit. Via BaseMap hebben we weer een mooie route uitgezet. Tenminste, of het een mooie route zou zijn moesten we afwachten want dat zien we niet op de computer. Maar deze route bleek al snel de mooiste te zijn die we ooit hier gereden hebben of uberhaupt ergens gereden hebben!

We hadden zonder het te weten nog een colletje opgenomen in de route ook! Een hele mooie met gelijkmatige stijgingspercentages en lekker lopend asfalt. Col de Propiac was de naam. Dit was echt genieten!

Continu bleef ook de Mont Ventoux op de achtergrond in het zicht, het is en blijft een prachtberg om te zien! We wilden wel de laatste twee uurtjes van de Tour zien dus maakten we vaart om een beetje op tijd terug te zijn en dat lukte. Na 54,8 km met 740 hm waren we terug. Lekkere dag!

Bijzondere zonnebloemen...

Christy tussen de zonnebloemen

 
Vrijdag 22 juli 2011
Het was duidelijk bij het open doen van de luikjes: we gaan via Bédoin naar de top van de Mont Ventoux! Strak blauwe lucht, zonnetje en de warme lucht kwam ons al tegemoet. We vertrokken op tijd zodat we nog de laatste kilometers van de Touretappe naar Alpe d’Huez konden kijken.

We hadden een ronde uitgezet waar we voordat we zouden gaan klimmen al een kilometer of 45 gereden zouden gaan hebben. Een prachtig eerste gedeelte overigens! Wederom met een onverwachte beklimming naar het plaatsje Suzette. De toepasselijke naam van de beklimming: Col de la Suzette.

In Bédoin namen we nog een korte break en Otto besloot er een bord pasta naar binnen te werken. We zouden toch rustig aan omhoog fietsen dus dan zou dat niet zo zwaar vallen…

De beklimming dan… lekker op het gemak zonder al te veel te pushen reden we omhoog. Het klinkt makkelijker dan het was hoor want het was echt wel heel erg zwaar. Stukken van ver boven de 10%. Op een gegeven moment zei ik tegen Otto op een voor mijn gevoel wat vlakker stuk: “Zo, even wat herstellen”. Het stijgingspercentage bleek hier 8%. Normaal best pittig maar nu was het welkom!

Vanaf Chalet Reynard is het nog maar 6 km. De eerste kilometers zijn niet zo steil en daar kun je gewoon normaal blijven fietsen maar die laatste 1,5 km. Autsj. Maar daar waren we nog niet. Een kilometer of 4 voor het einde bleek een dame gevallen te zijn in de afdaling en Otto stopte om te kijken of ie hulp kon verlenen. Ze bleek 5 maanden zwanger te zijn, zonder helm gereden te hebben en op haar gezicht gevallen te zijn (jukbeen gebroken). Hoe verstandig zijn sommige mensen die nieuw leven in zich dragen?

Otto op Mont Ventoux

Ik reed door en wachtte op Otto bij het monument van Tommy. Daarna was het nog maar 1,5 km. Precies, die 1,5 zware kilometers waar ik eerder over sprak. Voor de fotografen die langs de kant stonden, kon er nog een glimlach af maar verder was het ploeteren geblazen tot op de top. 

Otto met het prachtige uitzicht op de Mont Ventoux achter zich

Daar werd Otto verleid door het heerlijk gekleurd uitziende, zoete snoepgoed en hij ging aan de slag met een papieren zak en een schepje… een klein zakje vol en hij moest 20 euro afrekenen. Tja, dat is te verwachten op de top van zo’n bekende berg. Zeker als daar veel fietsers helemaal afgepeigerd en snakkend naar zoetigheid passeren. Een vrouwtje bood aan om een foto van ons samen bij het Mont Ventoux bord te maken... dat is natuurlijk altijd leuk.

Samen op de top van de Mont Ventoux

De afdaling naar Malaucene is een snelle afdaling die we 2 jaar terug al hadden gedaan. Otto is gek op dalen dus die vloog een eind voor mij uit. Tijdens het klimmen merk je hoe goed en stijf een fiets is, tijdens het afdalen nog meer. Mijn SuperSix gaf nooit een kick bij snelheden boven de 65 km/u maar deze tijdelijke Caad8 trilde boven die snelheid enorm en ik verloor daarbij elke keer bijna de controle. Dan maar wat rustiger aan!

Vanuit Malaucene was het nog 16 km naar huis en we hadden nog een half uurtje tot 17 uur om de Tour de France nog te zien. Otto zette zich op kop en uit welke teen hij het haalde mag Joost weten maar we waren binnen het half uur terug in het huisje en konden de laatste 16 km van de Tour nog zien! Prachtig! Niet alleen de Touretappe maar ook onze dag: 102,7 km en 2.245 hm. Morgen een rustdagje omdat we ook gaan ‘verhuizen’ naar de villa 20 mtr verderop.


Zaterdag 23 juli 2011
Rustdag

 
Zondag 24 juli 2011
 Na de rustdag gisteren keken we er enorm naar uit om weer op de fiets te stappen. Voor vandaag hadden we een prachtige route uitgezet via de Route Gorges de la Nesque. Een prachtig natuurgedeelte in de Provence. Maar voor we daar waren moesten we eerst nog een heel eindje fietsen en dat niet via een vlakke weg… Gelukkig wel met het windje in de rug want wind stond er heel veel. We mochten het gerust een stormachtige wind noemen!

Allereerst reden we via een omweg naar Beaumes de Venise en verder door Caromb naar Mazan. We klommen via de D5 naar een hoogte van dik 700 meter. De GPS route stuurde ons rechtsaf omhoog maar we besloten linksaf de bordjes Gorges de la Nesque te volgen. We kwamen in een heel klein stadje, Monieux, waar we op zoek gingen naar een terras. Het leek bijna onmogelijk dat er in zo’n klein plekje een restaurant met terras zou zijn maar er stond een bord “restaurant”. We zijn de Franse taal niet echt machtig maar dat begrijpen zelfs wij… dus we volgden het bordje en via een heel lief smal steegje kwamen we op de mooiste plek ever! Een geweldig mooi terras onder de bomen. Heel knus. Omdat het inmiddels bijna einde van de middag was, zat de keuken al dicht dus konden we alleen een broodje krijgen met ham, kaas en tomaat. Geen probleem, dat was al genoeg!

Na dit moment van zwaar genot, moesten we toch weer verder anders zou het wel erg laat worden. We volgden de D942 (Route Gorges de la Nesque) tot aan Villes-sur-Auzon en daarna via Flassan naar Bédoin. Daar bleek een markt te zijn waardoor we te voet werden gesteld. Aan het einde van de markt, dronken we nog snel wat en stapten we op voor de laatste 30 km met de wind vol op kop.

Gorges de la Nesque

Christy komt door het tunneltje

Dat hakte er wel in. Zeker bij Otto die alle kopwerk deed, maar ook bij mij want de wind kwam werkelijk van alle kanten. Tussen Bédoin en Malaucene moesten we de Col de la Madeleine nog over, op een hoogte van 448 meter. Dat lijkt niks maar na zo’n eind én met de wind van voren was dat pittig.

Uiteindelijk reden we na 132,2 km en 1.565 hm ons erf weer op! Dit was werkelijk de mooiste rit tot nu toe. Wat een prachtige route en wat een geweldig natuurschoon.


Maandag 25 juli 2011
Otto had voor vandaag een kortere route uitgezet en hoopte op toch behoorlijk wat hoogtemeters. Het eerste gedeelte was bijna hetzelfde als afgelopen donderdag maar al snel ging de route de andere kant op.

In het plaatsje Suzette, na het beklimmen van de gelijknamige Col de la Suzette, namen we pauze. De vriendelijkheid van de Fransen wisselt extreem en de meneer die hier in de bediening liep was niet echt een zonnetje te noemen en de zon aan de hemel begon ook enigszins te verdwijnen.

Na de pauze beklommen we Col de la Chaine en daalden we een eind af. We reden langs een heel mooi gedeelte; een riviertje bij een oude stenen brug en gespleten rotsen waar allemaal mensen aan het zwemmen en zonnebaden waren. Zoals verwacht trok Otto zijn schoenen, sokken en fietsshirt uit en dook het water in… met fietsbroek en al. Lekkere verfrissing!

Otto, wat gaat er gebeuren?

in het water

Kijk ´em lachen!

Met één natte zeem reden we het laatste stuk richting huis. Met nog 700 mtr te gaan, vielen er eerst kleine drupjes regenwater naar beneden die snel veranderden in grote drupjes. Gelukkig leek het uiteindelijk mee te vallen en kwamen we droog (behalve Otto dan) na 58,2 km thuis met 730 hm.


Dinsdag 26 juli 2011
Otto had een prachtige route uitgezet met de beklimming van de Mont Ventoux vanuit Sault als hoogtepunt. Maar we zouden niet in Sault aan komen met minder dan 100 km op de teller dus dat werd even afzien.

Het bleek een fantastische route met als doel “Cols verzamelen”… het begon met Col de Propiac (526 mtr). Daarna kregen we achtereenvolgens Col de Fontaube (655 mtr), Col des Aires (640 mtr), Col de Macuègne (1.068 mtr) en Col de l’Homme Mort (1.213 mtr). Kortom, hoogtemeters verzamelen.

Helaas bleef het vandaag niet droog. Na zo’n 30 km op de fiets begon het te regenen, niet hard maar wel constant. Dat hield zo’n 2 uur aan. Het maakte dat het iets fris was op de fiets, zeker in de afdalingen. We zagen ook dat de Mont Ventoux verborgen was in de wolken en besloten in Sault te beslissen wat we zouden doen: omhoog of via Gorges de la Nesque terug.

In Sault genoten we eerst van een Crêpe met crème de marron. Otto genoot er zelfs van twee stuks! We raakten in gesprek met vriendelijke mensen uit Nederland en toen was het al snel weer tijd om verder te rijden. Aangezien het wederom regende en de top compleet bedekt was door een grijze deken, gingen we voor optie 2. Jammer want we zaten inmiddels op ruim 1.500 hoogtemeters en wilden graag de 3.000 halen. Dat zou nu niet lukken.

Otto

De Gorges waren weer een genot en het gedeelte tussen Bédoin en Malaucene met Col de la Madeleine (die moet nog bij het lijstje van eerder geplaatst worden) prachtig. Op ons gemak reden we terug naar huis waar we met 152,6 km en 1.995 hm het erf op reden. Onze langste rit van deze paar weken in de Provence, tot nog toe.


Woensdag 27 juli 2011 
Gisteren was het al begonnen en het bleek een voorbode voor vandaag: regen. Daarom besloten we om een rustdag te houden en die pakte goed uit… bleek donderdag.


Donderdag 28 juli 2011 
De Mont Ventoux hadden we al beklommen vanuit Malaucene en Bédoin. Aangezien we opstonden en de lucht stralend blauw was, besloten we vandaag de derde kant te doen: Sault. Een heel gemakkelijke beklimming in vergelijking met de andere twee.

We namen niet de snelste weg naar Sault maar reden met een omweg via de D1 naar het oosten. Daar begonnen we aan een beklimming die niet alleen zwaar was voor het lichaam maar ook voor de psyche; elke keer dachten we dat we boven waren maar elke keer ging ie weer verder na een bocht of in een bosachtige omgeving. Of we daalden 10 meter en gingen dan weer omhoog.

Maar na zo’n 16 km gestaag klimmen bereikten we de top van Col des Abeilles (996 mtr) en volgde de beloning in de vorm van de afdaling naar Sault. Vlak voor het centrum moesten we weliswaar weer een stukje omhoog maar de Crêperie wachtte daar op ons. Even koolhydraten laden voor we aan de 26 km lange beklimming van de Mont Ventoux uit Sault zouden beginnen.

De jongen van de Crêperie herkende ons nog. We hoorden hem bijna denken: “Dat zijn die gekke wielrenners die 4 x cola en 2 x Orangina bestellen en ook nog crêpes”.

Na het heerlijke dunne pannenkoekje was het de hoogste tijd om aan de klim te beginnen. De beklimming vanuit Sault is niet zwaar. Er zitten enkele kilometers onderweg die ietsje steiler zijn maar ook een heel gedeelte dat nagenoeg vlak is, vals plat. De laatste 6 km zijn dezelfde als de beklimming vanuit Bédoin en da’s dus een heel ander verhaal.

Toen we in die laatste kilometers terecht kwamen en een donkergrijze wolk boven de top zag hangen, eigenlijk hing ie om de top heen want de toren was niet te zien, kwam de gedachte aan Jim Carrey in Bruce Allmighty bij me op waar hij op een reclamezuil staat en roept: “Vel mij, oh machtige veller!” Zo voelde ik me op dat moment ook. Het was alsof we alleen op de berg waren met alleen de wind en de wolken. Zo’n onheilspellend gevoel.

Christy´s fietsje bij Tommy

Met inmiddels bijna 5 uur fietstijd achter de kiezen kwamen we aan op de top, trokken ons jasje aan en reden direct naar beneden. De eerste 10 km waren echt K O U D en die wind! Daar was ik blij met mijn 5 kg extra lichaamsgewicht want anders was ik zo naar de Alpen gewaaid. Otto deed zijn ding en dat is gewoon hard maar beheerst afdalen. Af en toe wachtte hij op me.

De laatste kilometers daalden we samen af en in Malaucene besloten we nog wat te drinken alvorens we terug zouden rijden naar Roaix. Ik had behoefte aan iets warms: Chocolat Chaud. Normaal zou een Cappuccino erg lekker zijn maar aangezien de Franse koffie niet te drinken is… We raakten in gesprek met vier Nederlanders en als we eenmaal op de praatstoel zitten en het gaat over fietsen en aanverwante zaken, dan zijn we zo een uur verder. Tegen kwart voor 6 stapten we op de fiets om het laatste half uur naar huis te rijden.

Vandaag weer een mooie rit met 127,4 km en 2.460 hm! Morgen helaas alweer de laatste dag. Waarom gaat vakantie altijd zo snel voorbij en duurt het tijdens een werkweek altijd zolang wanneer het weekend is?


Vrijdag 29 juli 2011
Snik. Toen was het alweer de laatste dag. Wat vliegt de tijd voorbij als je het ergens heel erg leuk hebt. We hadden vandaag nog een rit van dik 150 km in de planning maar bij het opstaan voelden we het al: moe, slechte benen. We besloten daarom een kortere rit uit te zetten maar wel van zodanige lengte dat we in de 10 fietsdagen die we achter ons hebben, in ieder geval minimaal 1.000 km hebben getraind.

Zo gezegd, zo gedaan. We kozen voor een weg die we nog niet gereden hadden, de D40, en terug zouden we de eerste drie cols beklimmen die we eerder deze week gedaan hadden.

Christy

Via Saint-Marcellin-Lès-Vaisson, waar Otto nog even een duik nam in het water, reden we noordelijk richting Faucon. Vervolgens in zuid oostelijke richting naar de D40. Dat bleek een fantastisch mooie weg te zijn! Goed asfalt, lekker lopend maar wel licht tot wat minder licht stijgend met continu uitzicht op de Mont Ventoux.

Aan het einde van deze weg passeerden we het pittoreske plaatsje Savoillan. We konden dit niet zomaar voorbij rijden zonder even door het plaatsje te hebben gefietst. Heel klein, heel lief. Er zat zelfs een bistrootje. We besloten een pauze in te lassen want zo’n mooi plekje laat je niet in 2 minuten achter je. Zoals alle obers was ook deze erg verrast toen we uiteindelijk weg gingen na 4 cola en 2 Orangina.

Na een klein stukje drukkere weg draaiden we linksaf de D72 op waar we begonnen aan onze eerste beklimming: Col des Aires. Deze ging al snel over in Col de Fontaubes. Beide beklimmingen hadden we al vanaf de andere kant gedaan. De tweede was vanaf die kant heel lang en mooi oplopend. Nu was ie dus heel lang en mooi aflopend. We genoten van de rustige afdaling.

Christy in de afdaling

Onze laatste beklimming was Col de Propiac. Die kenden we inmiddels goed. Een fijne beklimming waar je werkelijk perfect op kunt trainen! Niet al te zwaar, niet al te licht. Onze minister zou met de Franse president moeten overleggen of ze deze Col niet in onze achtertuin kunnen plaatsen… We zouden daar dan zeker veel trainen maar niet zoals de knotsgekke knul die ons vandaag voorbij kwam. Of althans, die mij voorbij kwam want Otto was al bijna boven.

Ik moest nog een kleine 2 kilometer tot de top en op dat moment komt me een knul met gespierde bonenstaken als benen voorbij op een reusachtige versnelling. Ik was verbaasd over de kracht van deze jongeman. Maar ja, bovenop de top troffen we hem weer. Dit keer naast zijn fiets, kotsend. Als het zo moet, hoeft het van mij echt niet. We schudden allebei onze hoofden. Wat een zot!

In Puyméras aangekomen, genoten we nog een laatste maal op een terras en namen we in gedachten afscheid van de prachtige Provence.

Een rit van 92,7 km en 1.175 hm. Een mooie afsluiter van een heerlijke vakantie. Voor het eten hebben we nog even in en langs het zwembad gelegen, daarna: spullen pakken en klaar maken voor de lange reis naar huis.


Overzicht tabel

Overzicht 

 

Om een selectie van alle foto´s te zien die we deze week gemaakt hebben, klik hier.

Filmpjes volgen in een van de volgende weken...